0 Items

Charleroi – Il est clair
que le gris est noir (OPNIEUW VERKRIJGBAAR)

Stephan Vanfleteren

Prijs: 
€ 35,00
  (incl. verzendingskosten)

Uw boeken worden binnen vier werkdagen verzonden.




  • 21 x 17 cm
  • 256 bladzijden
  • Hardcover
  • Bichromie
  • ISBN 978 94 9208 141 4



Zoom
Zoom
Zoom
Zoom
Zoom
Zoom
Zoom
Zoom

Indrukwekkend visueel testament van een stad in transitie:
hard voor Charleroi, zacht voor haar inwoners

De afgelopen jaren heeft Stephan Vanfleteren dagenlang rondgedwaald in ‘le pays noir’. De fotograaf heeft een haat-liefdeverhouding met de industriestad aan de Samber, waar de steenkoolmijnen reeds lang gesloten zijn en waar de tanende staalindustrie kraakt onder de globale crisis.
Soms is Vanfleteren geschokt door de armoede, de criminaliteit en de verloedering, maar anderzijds wordt hij vaak ontroerd door de solidariteit, openheid en gastvrijheid van de Carolo's.

Charleroi, Il est clair que le gris est noir is niet alleen een visueel testament van een stad in verval maar ook de persoonlijke neerslag van impressies, mijmeringen en gedachten van een man die kijkt, luistert en schrijft over
het zwarte spook van een grijze stad.

Tekst en foto’s door Stephan Vanfleteren.

Boek bij de tentoonstelling in Fotomuseum Charleroi, van 23 mei
tot 6 december 2015.

 

“Un coup de foudre. Anders kan ik het niet beschrijven toen ik voor het eerst ergens begin jaren negentig Charleroi ontdekte.

Het uitzicht boven op de mijnterrils is adembenemend: de Samber die onzichtbaar door de stad snijdt, de ring die haar als een cloaca omringt, de fabrieken die als op een vliegdekschip midden in de stad liggen aangemeerd en de vele steenkoolbergen die in de verte liggen te rusten.

Charleroi is ziek, moe, versleten, opgebrand, gekwetst, vernederd. Maar hoewel de stad ooit door blinde geesten tot lelijkste stad ter wereld verkozen werd, vind je er de warmste gastvrijheid van heel België. De Carolo’s zijn chaleureux tot in het diepste van hun ziel. Ik hou van Charleroi. Ik kus haar op de mond, ondanks haar stinkende adem.”

Stephan Vanfleteren